GESCHIEDENIS
Ik heb steeds het gevoel gehad dat de wereld van het tapijt niet te verenigen viel met mijn wereld.
Ik beschouwde haar met respect maar vanop afstand als een complexe en bijna ontoegankelijke wereld in de musea of zelfs met wat inschikkelijkheid bij de verkopers op de hoek van de straat. Ter verdediging roep ik een herinnering uit mijn kindertijd op; toen ik het salon overstak om mijn grootvader te begroeten. Het vertrek leek zo enorm groot, wat natuurlijk ook zo was, maar ik moest vooral de duivelse wirwar van Oosterse tapijten trotseren, een donkere rode massa die uitdijde op het flink geboende parket. Natuurlijk struikelde ik er telkens over, zoals een vernederend ritueel dat steeds herbegon... Het tapijt is in mijn leven dus niet echt een onschuldig voorwerp. (...) |